Note 6 — INLEIDING1
Reading edition
Als Cats’ Pastorale van de Koningklijcke Harderin Aspasia wordt meegeteld, dan ontbreekt op onze boedellijst, wellicht, nog slechts de Granida. Zij is van 1605 maar werd in 1615 gedrukt, en juist dit jaartal is voor ons betoog van belang. Granida is uit de jaren van onze litterarische voorbereiding en wordt met recht een vrucht van Hooft’s liefde voor Italië genoemd. Rodenburg noemt den Batavier een “zestien-jaren-verleden-tijd-verdrijf” en dit voert ons almede naar het begin der eeuw terug: ook hij had vroegtijdig in het buitenland, toen aan het Hof van Elizabeth in Engeland, verkeerd. Een kleine halve eeuw ligt tusschen de Leeuwendalers en deze oefeningen. Wat bracht Hooft echter tot de ùitgave van zijn stuk? Daarvan legt hij rekenschap af in het in handschrift gebleven voorbericht6, dat hij er eerst aan toe had willen voegen. Buiten des auteurs weten had men zijn Achilles en zijn Ariadne voor den dag gehaald en krielend van fouten in ’t licht gezonden. Hetzelfde lot dreigde het herdersspel. En dit dwong hem “om te gedooghen, dat men ’t liever wtgaeve soo slecht als ’t was, dan heel bedorven; hoe seer het hem ook tegens de borst stiet”. Zoo is het schijn, dat in 1615 het onnationale genre in den smaak kwam. Of is het niet opmerkelijk dat juist vlak na Granida Rodenburg zijn Batavier weer ter hand neemt en uitgeeft (1617), zijn half-vergeten proeve7, Bredero den Angeniet opzet8 en in 1618 de eerste vertaling eener Italiaansche Pastorale, door Mr. G. van der Eembd verschijnt en wel juist van Guarini’s Getrouwen Herder, waarmee de Granida annex was9, dien de Batavier nagevolgd had? In drie jaren op eenmaal vier stukken. Tot 1647 duurt het dan niettemin met Vondel’s Landspel (Krul’s stukken zal niemand hier mee laten doen): men was dus niet voortgegaan op den ingeslagen weg. Alleen in 1646 een tweede vertaling van den Pastor10: de vier nog volgende vallen later, en met Tasso’s Aminta duurde het tot 1660, later door nog drie vertalingen gevolgd. Blijkbaar is Rodenburg door het voorbeeld van Hooft indachtig geworden, dat ook hij nog iets in de lade had: hij gaf gaarne uit. Beider voortbrengselen dateerden van een vroegeren tijd en waren aan het verblijf der dichters in Italië en Engeland te danken. Bredero liet zijn wraak weer varen en de uitvoering van zijn plan verbleef aan zijn vriend Starter. Zijn Angeniet is niet uit letterkundige liefde tot het genre-zelf ontstaan.11 En de Leeuwendalers? Wat Vondel op het denkbeeld bracht, hebben wij aangeduid en zijn drama viel niet Italiaansch maar Hollandsch uit.