Note 2 — INLEIDING1
Reading edition
In Orpheus speelt alleen het eerste bedrijf, een drietal kleine scenes, tusschen herders. Slechts los samenhangend met de voorgestelde mythe vormt het een spel op zichzelve,—deelt echter tevens zijn koloriet mede aan het geheel. Van dit eenvoudig begin af, ziet men de fabel steeds ingewikkelder worden. In de XVIde eeuw geraakte de Pastorale tot zelfstandig bestaan en allengskens tot hooge volkomenheid. De Poëzie vierde een harer schoonste triomphen in Torquato Tasso’s Aminta, 1573. Minder poëtisch, maar als drama, indien al geen volmaakt meesterstuk dan toch het beste wat de Bukolische Litteratuur heeft opgeleverd, is Guarini’s Il Pastor fido van 1583. Met groote vrijmoedigheid gingen andere dichters bij Guarini en Tasso vrijbuiten: vooral gedurende de XVIIde eeuw, toen de Herder zijn rol ijverig bleef doorspelen. Geen geringe plaats beslaat dit drama in de Letterkundige Geschiedenis van Italië2. Over ’t algemeen vertoont het eenzelfde karakter. Zijn oorsprong uit het gemoed verraadt het niet alleen in menigvuldig Koorgezang, in Canzonen, Eclogen en andere liederen: de taal in haar geheel is er muzikaal-lyrisch. Het zijn valsche herders en valsche herderinnen: het hofleven is er naar de vrije natuur verplaatst: de hoflieden met hun gewaarwordingen, gedachten en overleggingen, met hun zeden, hun glanzende en blinkende onzedelijkheid, hun epicuristische verfijning en onverholen zin voor en in het naakte, kleeden er zich in het eenvoudige gewaad van den herder. Tasso meldde in het werk zijner jeugd, zijn eigen edel, rein hart3, en toch herkent men bij hem van bedrijf tot bedrijf de sfeer van het hof: ook hij was een kind van zijn tijd. Het allegorische van Vergilius’ Ecloge bleef bewaard. Niet slechts schildert Tasso de omstreken van Ferrara. Sannazaro had zijne liefde in de Arcadia beschreven. Dit persoonlijke, dat de groote aantrekkelijkheid van den herdersroman der XVIde en XVIIde eeuw uitmaken zou, is ook eigen aan Aminta en Il Pastor fido. Carino is Guarini; Tirsis Tasso zelve. En toch was het Herdersspel een verheerlijking van dien Gouden Tijd, waarvan de Oude Wereld gedroomd had: toen men vrijwillig, zonder wet, het goede deed. Toch koos de Idyllendichter, zoo hij niet bij Theocritus op Sicilië, of in Italië bleef, tot zijn tooneel veelal dat oude landschap, bij de Grieken zelve vermaard om den eenvoud zijner zeden: dat landschap zonder geschiedenis, zonder wetenschap en zonder kunst behalve die der Muziek: Arkadië.