Note 71 — INLEIDING1
Reading edition
Door Dr. Joh. Bolte is in het Leidsche Tijdschrift X (1891), 286–289 gepubliceerd een Engelschen dialoog van een vijftigtal verzen, die gevonden wordt in het, meestal aan Robert Cox toegeschreven, tweede deel van de door Francis Kirkman in 1672 uitgegeven dramatische collectie The Wits, or Sport upon Sport: een dialoog tusschen Diphilo and Granida, die ook door de situatie annex is met het laatste gedeelte van ’t Eerste Bedrijf van ons drama. Diphilo, de herder, heeft zijn herderin verlaten, om zich in de eenzaamheid over te geven aan zijn zwaar verdriet. De oorzaak van zijn melancholie, die hij pathetisch genoeg uitspreekt, vernemen wij niet, maar wel dat hij geen gewone herder is, maar van prinselijke afkomst,—wat aan Mucedorus en de Arcadia herinnert. Nu verschijnt de herderin Granida. Zij is verdwaald en versmacht van dorst. Diphilo, die dadelijk geheel overmeesterd is door haar buitengewone schoonheid, verschaft haar water en betuigt zijn overgegeven dienstwilligheid. Granida is eveneens al in liefde ontbrand; zij verklaart hem dit en geeft ook te kennen dat zij Prinses is. Als Diphilo te verstaan geeft, dat ook hij niet is die hij schijnt, dan zegt zij, dat zij hem wil toebehooren, wie hij ook zijn mag. Dan verloven ze zich en Diphilo schenkt haar een ring. Granida eindigt met: Then lead on forwards to my fathers court, We’l grace our nuptials with some princely sport. Dit documentje lijkt ons nog al merkwaardig. Is het aan Hooft’s Granida ontleend, dan is het niet meer dan een bijdrage tot de geschiedenis van de litterarische relaties tusschen Engeland en Nederland. Maar is ’t niet iets heel bijzonders (ten zij het toeval hier zijn rol speelt en die scène uit het Hollandsche drama, toen het herdertje spelen onder de Engelsche grootheid zoo mode was, eenvoudig voor een of andere vorstelijke bruiloft àldus bewerkt is), dat, terwijl de nàmen van ’t stuk van Hòòft zijn, de herder net als in Mucedòrus een vermomde prins is? Nu is The wits, or Sport upon Sport, een “zweibändige Sammlung von kurzen Theaterstücken oder vielmehr Einzelscenen aus beliebten Dramen”. Aan zulk een Einzelzcene of aan een soort excerpt doet ook deze dialoog denken door ’t geheel ongemotiveerd vreemd doen van Diphilo. Ziehier hoe het spel begint: “I once a shepherd was upon the plains, Courting my shepherdess among the swains. But now that courtly life I bid adieu And here a melancholy life pursue. This shade’s my Covering, this bank my bed, These flowers my pillow, where I lay my head, My food the fruit, which grows about the field, My drink those tears, my eyes with sorrows yield. Though I was once a shepherd princely born, Yet now I take this course, and life forlorn”. Denkt men hier niet onwillekeurig aan een fragment? aan een fragment van een stuk dat wel Granida is, maar niet Hòòfts Granida? En dan zou dit het stuk zijn, dat in staat tusschen den Mucedorus en Hooft.—Vgl.: Granida, uitgeg. door H. Beckering Vinckers (Nederl. Klass., Gulden-editie, Zaltbommel, Van de Garde en Co.), 1903, de Inleiding XII–XIII. 1906: Niets nieuws levert voor deze kwestie Josephine Laidler’s A History of Pastoral Drama in England until 1700 in Englische Studien, 1905.