← Table of contents
Granida

Note 70 — INLEIDING1

Reading edition

En in het uitgaafje van de Mucedorus-vertaling, èn in het Leidsche Tijdschrift X, 286 noemt Dr. Joh. Bolte de Spaansche Celestina (met den Pastor fido) als voorbeeld, wat den stijl betreft, van Granida. Dr. G. Kalff heeft Gesch. v. d. Nederl. Letteren in de XVIe eeuw, I doen opmerken, dat het lied van Granida in ’t begin van ’t Vijfde Bedrijf door stemming en schildering nauw annex is met het lied in een van de laatste boeken van de Celestina. Nog kan men Granida 825 en vervolgens aan den mooien maneschijn in Celestina en door Granida’s onderworpenheid (1601–1605) aan Mellibea, de heldin in de Celestina herinnerd worden. Maar met de bewering van Dr. Bolte kunnen wij ’t volstrekt niet eens zijn. Wat Mucedorus aangaat, kan nog opgemerkt, dat men hier en daar eenigen “ànklang” met Granida zou kunnen vinden. Niet, waar van Fortuna wordt gesproken of in ’t beschrijven van de Gouden Eeuw (bladz. 44), want ’t eene als ’t andere is in Renaissance-poëzie zeer algemeen. Maar op bladz. 32 de monoloog van Amadine, op bladz. 34 die van Mucedorus (vgl. Granida 1716–1717), ook in het laatste tooneel (Segasto’s optreden) van ’t Vierde Bedrijf.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings