Note 13 — INLEIDING1
Reading edition
Het beste over Hooft als vertegenwoordiger der Renaissance, en over het karakter der Renaissanceletteren is Huet’s Hooft’s Poëzie (Litt. Fantasiën en Kritieken XVIII); Land van Rembrand II, 2; 3, XXX–XXXV; H.C. Poot (Litt. F. en Kr. I). Verder, Kalff, Gesch. v.d. Nederl. Letteren in de XVIe eeuw; J. te Winkel’s Bladzijden; A.S. Kok, P.C. Hooft in Venetië en Florence; Verwey in de drie boekjes Hooft, Bredero, R. Visscher-Feitama en in zijn Inleiding tot Vondel en Gedichten van J. van der Noot; goede opmerkingen in Moltzer’s opstel in Studiën en Schetsen.—1906: Kalff’s Studiën over Nederlandsche dichters der 17e eeuw, Koopman’s opstellen over Hooft, Vondel e.a. in Taal en Letteren, ten deele verzameld in zijn Letterkundige Studiën (Hooft als Allegorist; Vondel als Christen-synbolist), 1906; Vermeylen’s Jan van der Noot; Kalff’s opstellen over Vondel in het Leidsche Tijdschrift, en zijn Literatuur en Tooneel te Amsterdam in de XVIIe eeuw.