← Table of contents
Granida

Note 78 — INLEIDING1

Reading edition

In 1916 deed Prof. Dr. A. Kluyver, in het tijdschrift Neophilologus, in meesterlijk betoog een zeer belangwekkende studie over Granida het licht zien. Om te beginnen toont de Schrijver aan dat men op grond van de naamvormen reeds (Tisiphernes, Ostrobas, Daifilo) ’t waarschijnlijk zou kunnen achten, dat het stuk teruggaat op een ander waarin ook naast een minnaar Daifilo, een minnaar Tisiphernes en een minnaar Ostrobas optreden; ook de voorstelling dat gelijktijdig in Perzië en in ’t Parthenrijk een machtig Koning regeert zou op onoorspronkelijkheid kunnen wijzen.78 Eigenaardig is nu dat in Granida, in strijd met de in de Litteratuur der XVIe eeuw heersende opvattingen, een Koning zich en zijn geslacht gaat vernederen met zijn dochter te geven aan een gewonen Herder.79 Mucedorus (men zie hiervóór pag. XXXVII–XXXVIII) is een herder in schijn, hij blijkt een prins te zijn. Indien Granida ontleend is, dan zou in het oorspronkelijke Daifilo wel eens een vermomde herder en man van hoogen staat geweest kunnen zijn. In de dramatische dialoog Diphilo and Granida (men zie hiervóór pag. XL de noot) is de herder inderdaad van vorstelijke afkomst. Ook Dr. Kluyver acht dezen dialoog gekonstrueerd uit het drama dat voorbeeld was voor Hooft’s Granida. Er is geen reden dan nog een verband met de Mucedorus voor dit stuk aan te nemen. Mucedorus is anders dan Daifilo. Tisiphernes anders dan Segasto, Ostrobas anders dan de Wildeman. Wat in het eene stuk gebeurt, gelijkt maar zeer in het algemeen op de gebeurtenissen in het andere. “Men kan alleen zeggen, dat eenzelfde algemeen thema in twee Engelsche drama’s op twee zeer verschillende manieren is uitgewerkt en dat thema is: de redding van een vrouw door iemand anders dan door haar aangewezen beschermer.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings