Note 52 — INLEIDING1
Reading edition
In dit soort taal heeft men in de XVde en XVIde eeuw in het Zuiden tot de vrouwen gesproken, òf om edele voorstellingen en gevoelens in passende vormen te hullen, òf om galant en verheven te zijn. Van Daifilo gelooft Granida, moeten ook wij gelooven, dat zijn verhevenheid niet volslagen zinledig is, en haar offervaardigheid, zonder haar schande aan te doen, de zijne evenaren mag.52