Note 146 — Vijfde hoofdstuk.
Reading edition
Is het gedrag van Bonham welligt niet in alles geheel van willekeur vrij te pleiten, is b. v. zijne handelwijze tegenover het bestuur der weeskamer niet van willekeur vrij te pleiten, zoo kunnen wij hem niet te hard vallen, indien men de moeijelijkheden en de heftigheid van den tegenstand beschouwt, dien hij bij de uitvoering van deze, door zijnen souverein bevolen maatregel ondervond, terwijl men verder onpartijdig oordeelende, moet erkennen, dat de Britsche regering bij de instelling van Bents commissie uit edele beweegredenen heeft gehandeld en dat geen baatzuchtig eigenbelang maar opregte begeerte om de regten der hypotheekhouders te beschermen, hare drijfveer was. Al neemt men voor een oogenblik aan, dat de Britsche regering in de keuze harer middelen heeft gedwaald, dan nog heeft zij ter goeder trouw gedwaald. Wij gelooven echter dat het controleren der administrateurs eene zeer goede zaak was, en wij beroepen ons hierbij op de getuigenis van een man, die als Nederlandsche staatsman zich een welverdiende roem heeft verworven, en die later een plan voorstelde, dat veel overeenkomst met Bents commissie had146.