Note 126 — Vijfde hoofdstuk.
Reading edition
»Naardemaal de heer Bent, ontvanger en bestierder der eigendommen van afwezigen, aan ons heeft te kennen gegeven, dat onze Proclamatie de dato 15 Mei 1813, ontbiedende de houders van alle eigendommen, bij gemelde proclamatie uitgeduid om derzelver opgaven van dien, op of voor den 27sten Mei in te leveren, niet ten volle is worden nagekomen; zoo wordt bij dezen bekend gemaakt, dat ten dien einde een verder uitstel zal worden verleend, tot Donderdag den 10den dezer. Na welke dag de Administrateuren van Plantagiën in ’t bijzonder, die verzuimen daaraan te voldoen, hiermede worden aangezegd, dat zij niet slechts in derzelver administratie zullen worden vervangen, maar benevens alle andere personen, die hieraan blijven in gebreke, aan zoodanige verdere poenaliteiten onderhevig zijn, als een besluitvolle ongehoorzaamheid aan zijner Majesteits bevelen, mogen noodzakelijk maken, hun op te leggen. En alzoo ons is ter kennisse gekomen, dat onderscheidene kwalijk gezinde lieden, zijn trachtende, om de gemoederen van het algemeen, met valsche geruchten te beangsten, aangaande de uitwerking van de bedoelde commissie; zoo wordt bij deze de ernstige waarschuwing gedaan, dat de allerstrengste maatregelen promptelijk zullen worden aangewend, tegen alle degeenen, die in het vervolg mogen bevonden worden, gebruik te maken, hetzij in gesprekken of anderzins, van al zulke onbehoorlijke en oproerige taal. Wordende al verder hiermede bevolen, dat wanneer eenige twijfel mogte ontstaan, aangaande eenige der pointen, in verband staande met den eigendom, waarop onze Proclamatie de dato 15 Mei 1813 is toe te passen, de belanghebbende personen zich om uitlegging zullen hebben te vervoegen, bij den gemelden ontvanger en bestierder den heer Bent, of wel aan ons, naar dat de omstandigheden der zaken, zullen schijnen te vereischen. En opdat niemand van deze onze Proclamatie eenige ignorantie zoude mogen pretenderen zal dezelve alom worden gepubliceerd en aangeplakt, ter plaatse waar men gewoon is zulks te doen, en van Plantagie tot Plantagie worden rondgezonden.”126