Note 118 — Vijfde hoofdstuk.
Reading edition
»Ik heb,” schreef hij o. a. aan lord Bathurst, »21 jaren in de West-Indiën verkeerd, en in iedere kolonie heb ik steeds gehoord, dat het eene zeer zware straf voor een neger was, om hem aan een planter in Suriname te verkoopen, en ik bevind nu dat zulks waarheid is.”118 »Ik ben nog in geene kolonie geweest, waar de slaven zoo slecht worden behandeld, zulk slecht voedsel en zulke sobere kleeding ontvangen en waar zij toch tot zulk een zwaren arbeid, boven hunne krachten worden genoodzaakt.”119 Bonham vergenoegde zich echter niet met zijne verontwaardiging te betuigen, maar nam maatregelen ter verbetering van het lot dezer ongelukkige wezens (those unfortunate Beings.) Om willekeurige afstraffingen, ten minste eenigermate tegen te gaan, vaardigde hij den 14den Mei 1814, de navolgende publicatie uit: