Note 113 — Vijfde hoofdstuk.
Reading edition
Sedert de verovering van Suriname door de Engelschen, was er geen geestelijke (Clergyman), om de dienst, naar de gebruiken der Engelsche kerk, voor zijne landslieden te houden. Bonham wenschte hierin voorziening te brengen; hij bragt deze zaak in de vergadering van het Hof ter sprake, en, na eenige bezwaren, verkreeg hij de toestemming, om de zaal, boven de vergaderplaats van het Hof, vroeger als Hollandsch bedehuis gebruikt, voor de godsdienstoefening, volgens de Engelsche ritus, te gebruiken. Met eene uitgave van 150 pond sterling werd die zaal voor bedoeld gebruik geschikt gemaakt. Bonham stelde den Garnizoens-prediker Rev. M. Austin tot Official Clergy-man of the English congregation in Suriname aan. Austin ontving de bevoegdheid, om te doopen, huwelijken te sluiten, de lijkdienst voor gestorvenen te lezen, etc. »Tot dien tijd,” schrijft Bonham, »werden de Engelschen in Suriname als honden, d. i. zonder eenige plegtigheid begraven.” Het Hof stond als tractement voor den Engelschen predikant ƒ 5000 toe; Bonham voegde uit de souvereinskas er ƒ 5000 bij, dus te zamen ƒ10,000; dat evenwel bij den toenmaligen wisselkoers niet veel meer dan 250 pond sterling bedroeg113.