Note 111 — Vijfde hoofdstuk.
Reading edition
Verder waren er eenige Moravische zendelingen, die in hunne kapel elken avond godsdienstoefening hielden, welke altijd vóór 8 ure was afgeloopen, omdat na dien tijd geen slaaf zich op straat mogt vertoonen zonder verlofbriefje van zijnen meester111; en de meeste bezoekers dier kapel behoorden tot den slavenstand. Ook in de districten bevonden zich eenige zendelingen dier gemeente. Bonham legt omtrent hen een gunstig getuigenis af. »Zij voorzien geheel in hunne eigen behoeften. Zij werken met veel zegen; nimmer hoort men van eenige ongeregeldheden door hen verwekt, of worden klagten tegen hen vernomen.” Hunne gemeente bestond uit 83 vrije negers, 20 vrije kleurlingen; 526 neger- en 21 kleurlingslaven.112