Note 108 — Vijfde hoofdstuk.
Reading edition
Het batig saldo van de souvereinskas bedroeg bij het einde van 1811 ƒ 85,178.17.3½; in dat jaar waren eraan buitengewone inkomsten voor eene som van ƒ 187,317.10 ontvangen; daarentegen bevond zich in genoemde kas, bij het einde van 1812 (het eerste van Bonhams bestuur) eene som van ƒ 487,213.10.13½, niettegenstaande er ter reparatie van het Gouvernementshuis alleen ƒ 61,328.83 alleen was noodig geweest.108 De rekening der souvereins en der koloniale kassen van 1804 tot het einde van 1812 werden, op last van Bonham, door den Boekhouder-Generaal Melville, in behoorlijke orde opgemaakt en naar Engeland overgezonden.