Note 105 — Vijfde hoofdstuk.
Reading edition
Daar er overal verwarring in de koloniale kassen heerschte werd er eene finantiële commissie, tot nader onderzoek, ingesteld; deze bestond uit den nieuwen Boekhouder-Generaal en de door het Hof benoemde heeren Eysma en Friderici.105 Uit dit onderzoek bleek weldra, dat er in de koloniale kas een deficit was van ƒ 535,950.15. Om in de loopende en volstrekt noodige uitgaven evenwel te voorzien, had men de gelden die door het bestuur der weeskamer in de koloniale kas waren gedeponeerd, gebruikt; tevens waren nog vele schulden te betalen.106 Bij de verificatie der rekening van de Reus, als Commissaris van het jagercorps, werd door den nieuwen Boekhouder-Generaal al dadelijk een abuis ontdekt van ƒ 23,000, welke som (volgens Bonham) de Reus in zijn eigen zak (his own pocket) had gestoken.107