Note 101 — Vijfde hoofdstuk.
Reading edition
Na den opstand van sommige negerjagers was het corps gereorganiseerd, en ofschoon die nieuwe inrigting van hetzelve vrij wel aan het doel beantwoordde, waren de kosten voor onderhoud vermeerderd. Volgens de overeenkomst door Trigge en Hood met Friderici gemaakt, en sedert niet ingetrokken, moest dit corps uit de koloniale fondsen worden onderhouden. Reeds tijdens het bestuur van Hughes had men ondersteuning hiertoe verzocht (zie bladz. 544); doch op die vraag was geen antwoord gekomen. Het Hof wendde zich nu tot Bentinck en deze toonde zich niet ongenegen dit verzoek toe te staan, en—in de vergadering van 30 Augustus 1809—werd door hem aangenomen, om wat het onderhoud van het vrij-corps jaarlijks meer dan ƒ 600,000 zou kosten, uit ’s Konings kas te betalen. Het Hof had gewenscht, dat de som, door de koloniale kassen te dragen, op slechts ƒ 500,000 werd bepaald; doch nam echter het aanbod van Bentinck dankbaar aan, onder voorwaarde, dat onder die som van ƒ 600,000 tevens gedeeltelijk het onderhoud van het cordon, zoude worde begrepen.101