Note 91 — Vijfde hoofdstuk.
Reading edition
John Wardlau, de bevelhebber van de krijgsmagt nam, tot nadere beschikking van Z. B. M. het burgerlijk bewind op zich. Gedurende dit tusschenbestuur, van 27 September 1808 tot 1809, is weinig anders geboekt, dan dat de planters aan Wardlau eene memorie inleverden; waarbij zij vergunning verzochten, om—zooals dit reeds aan planters te Essequebo en Demerary was toestaan—hunne ladingen, onder een behoorlijk convooi, direct naar Engeland te mogen verzenden, in plaats van genoodzaakt te worden den omweg te nemen langs de eilanden onder den wind en St. Kits, die daarenboven gevaarlijker was91. Echter geschiedde er tijdens dit interims-bestuur een belangrijk feit, dat wel niet in Suriname voorviel, maar toch voor genoemde kolonie, vooral voor hare veiligheid niet onbelangrijk was, namelijk: Cayenne werd door den Franschen bevelhebber, bij verdrag, aan Z. K. H. den Prins Regent van Portugal, toenmaals Bondgenoot van Groot-Brittanje en den Britschen vlootvoogd IJko overgegeven.