Note 69 — Vijfde hoofdstuk.
Reading edition
Gelijk wij reeds op bladz. 522 hebben aangemerkt, was het eigenlijke hoofdkwartier der Britsche magt in West-Indië te Barbados gevestigd; zoodat de gouverneurs der andere koloniën zich bij belangrijke zaken, als verlangde versterking der krijgsmagt, enz., zich tot den te Barbados residerenden opperbevelhebber moesten wenden, terwijl aan officieren van minderen rang, onder de respectieve Gouverneurs in iedere kolonie het gezag over de aanwezige militairen werd opgedragen. Voor Suriname echter werd, in het begin van 1806, een hoofdofficier de Majoor-Generaal Archer benoemd, om het bevel over de krijgsmagt aldaar te voeren. Hughes stelde dientengevolge op de vergadering van het Hof van Policie voor, om dien onlangs in de kolonie gearriveerden officier, overeenkomstig zijn hoogen rang, eene toelage uit de koloniale kas te verstrekken; in welk voorstel werd toegestemd, en de jaarlijksche toelage op ƒ 12,000 bepaald.69