← Table of contents
Geschiedenis van Suriname

Note 68 — Vijfde hoofdstuk.

Reading edition

Later vielen vier der oproerlingen den blanken in handen; list vermogt meer dan geweld. Een plantaadje-slaaf was door de muiters met geweld van zijne plantaadje gesleept, en werd hard door hen behandeld. Streng bewaakt, was het hem onmogelijk te ontsnappen, totdat zich eindelijk eene gelegenheid opdeed, om uit hunne magt te geraken, welke hij gretig aangreep. De muiters verlangden vrouwen te bezitten, en hun gevangene verhaalde hun nu, dat hij, op de plantaadje zijns meesters eene zuster en twee nichten had, die zich ongetwijfeld zouden verheugen, als zij bij de geheel vrije negerjagers mogten wonen; doch zij hadden geene gelegenheid om van haren meester te ontvlugten. Hij deed hen daarop een voorslag dien zij eerst mistrouwden, daarna bespraken, en eindelijk besloten ten uitvoer te leggen. Na eene sterke bedreiging van den plantaadje-slaaf, dat zij hem, bij het geringste blijk van verraad, zouden dooden, werden vier man, behoorlijk gewapend, met hem afgezonden, om de bedoelde vrouwen te halen. In eene boot voeren zij de rivier af en naderden weldra de plantaadje; voor het aan wal stappen maakte de slaaf hen opmerkzaam, dat zij, indien zij soms met hunne wapenen werden gezien, gevaar liepen ontdekt te worden, waarom hij hun raadde de geweren achter te laten. De negerjagers luisterden naar dezen raad, stapten in den avond aan wal, gingen naar de plantaadje en vonden daar in eene hut de drie meisjes. De plantaadje-neger wist heimelijk zijn voornemen aan haar bekend te maken, waarop zij schijnbaar zich genegen betoonden om mede te gaan. De vier jagers dachten nu hun doel bereikt te hebben; in blijdschap hierover vergaten zij alle gevaar, dronken de aangebodene rum en werden vrolijk. Toen zij door de in groote hoeveelheid gebruikte rum beneveld, niet meer wisten wat er omging, liep de slaaf haastig tot zijn meester en deelde hem deze zaak mede. De hut werd omsingeld, de vier negerjagers overrompeld, gebonden en naar Paramaribo gebragt. Hier werden zij scherp ondervraagd, en bekenden, dat de muiters hulp van de Aucaners hadden genoten, die ook hadden gezworen, hen niet te zullen verraden. Een hunner stierf in de gevangenis; de drie overgeblevenen werden den 20sten December 1806 ter dood gebragt. Het Hof van Policie had er sterk op aangedrongen, dat de straf van radbraken op hen werd toegepast; doch Hughes wilde deze barbaarsche straf niet doen uitvoeren. Zij werden dus gehangen, daarna onthoofd en hunne ligchamen verbrand.68

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings