Note 28 — Vijfde hoofdstuk.
Reading edition
De eerstgenoemde inkomsten: In- en uitgaande regten, vervielen, voor zoover die anders in de souvereins-kas kwamen, als zijnde in strijd met de Britsche zeevaartwetten en de oprigting van het koninklijk tolhuis (custom house). Van de opbrengst der hoofdgelden, moesten slechts de bij dat bureau geëmploijeerde ambtenaren worden betaald, en van de opbrengst der vendue-geregtigheden moesten, behalve de ambtenaren aan dit kantoor werkzaam, daarenboven het onderhoud van het fort Amsterdam en de Redoutes, later ook het tractement van den Gouverneur worden betaald. Uit de inkomsten der grondbelasting en recognitie-gelden werd behalve aan de ambtenaren (twee secretarissen en de klerken van het bureau) een gedeelte van het salaris van den Raad-Boekhouder-Generaal en van zijne klerken uitbetaald. Het onderhoud der posthouders bij de Indianen, benevens de geschenken aan dezen telken jare uit te deelen, werden mede uit laatstgenoemde kas bekostigd28.