Note 25 — Vijfde hoofdstuk.
Reading edition
Wat de kennis van den finantieelen toestand en van landbouw en handel, enz. betrof, klaagde Green er over, dat de Engelschen, tijdens het Protectoraat over de kolonie, zoo geheel onbekend met den algemeenen staat van zaken waren gebleven. Hij beschouwde als de voornaamste oorzaak daarvan, het aanblijven van Friderici als Gouverneur. Friderici had getracht alles, zoo veel mogelijk, bij het oude te laten; hij had hierbij steeds het doel voor oogen gehouden, »om de Colonie voor den Prins van Oranje te bewaren,” gelijk hij zelf later verklaard heeft25. Daarbij ook had Friderici, onbekend met de Engelsche wetten, belasting blijven heffen op de inkomende en uitgaande goederen, zoowel van Engelsche als van neutrale schepen; terwijl eerstgenoemde hiervan vrij gesteld hadden moeten worden. Niettegenstaande deze en nog andere buitengewone ontvangsten, ten behoeve der souvereinskas, hadden de uitgaven de inkomsten overtroffen. Bij het vertrek der Engelschen uit Suriname (1802), leverde Friderici eene memorie aan het hof van policie in, waaruit bleek, dat de uitgaven uit de souvereinskas, ten gevolge van aanvragen, die hij, in de toenmalige omstandigheden moeijelijk kon weigeren, zoo vele waren geweest, dat hij genoodzaakt was geworden gelden uit de koloniale kas te nemen.