← Table of contents
Geschiedenis van Suriname

Note 24 — Vijfde hoofdstuk.

Reading edition

Wat hij zelf doen kon, namelijk: door eigen aanschouwing, de verdedigingsmiddelen der kolonie inspecteren, bewerkstelligde hij al zeer spoedig. Volgens zijne brieven aan lord Camden, destijds secretaris van staat voor het departement van koloniën, leidde dit onderzoek tot de overtuiging: dat er steeds eene sterke militaire magt aanwezig behoorde te zijn; want dat men, bij een aanval van buiten, niet veel op de hulp der inwoners zou kunnen rekenen. Dezen toch zouden hunne bezittingen niet gaarne in de waagschaal willen stellen, daarbij was het getal der blanke bevolking niet groot en die weinigen nog over het geheele land verspreid, terwijl meer dan ⅔ der blanke bevolking in Paramaribo uit Joden bestonden, »en dezen”, schrijft Green: »zijn niet geschikt voor krijgshaftige ondernemingen (for warlike operations).” Eene gebonden inspectie over de militie (men zou thans zeggen: schutterij), die uit blanke en vrije kleurlingen was zamengesteld, had Green er ook geen hoogen dunk van gegeven. Hij bevond ze slecht gewapend en geheel zonder krijgstucht (miserably armed and totally without discipline); tevens vermeende Green, dat de blanke inwoners, bij een aanval van buiten, genoeg de handen vol zouden hebben, met hunne slaven in toom te houden24.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings