← Table of contents
Geschiedenis van Suriname

Note 245 — van 1816 tot 1861. (continued 3)

Reading edition

Niet slechts is op sommige dier volksscholen het onderwijs gebrekkig, maar een behoorlijk toezigt op de kinderen ontbreekt, en dit is er zoo noodig, vooral voor de weeskinderen; tot 1858 stonden deze onder het opzigt van een Israëliet, toen curator en weesmeester, Lionarons. In de eerste jaargang van het Tijdschrift: West-Indië, heeft Ds. van Schaick in een opstel: Proeve van of bijdrage tot de Geschiedenis der Hervormde Kerk in Suriname, op bladz. 36 in eene noot aangemerkt: “Thans staan de weeskinderen onder opzigt van een weesmeester, zijnde een Israëliet, terwijl de weezen uitbesteed werden. ’s Mans zoon is stads armen-schoolmeester.” Deze aanmerking, hoewel door sommigen van Schaick kwalijk genomen, heeft nut gesticht. De aandacht van het algemeen werd opgewekt, en bij Gouvernements resolutie werd bepaald, dat die weezen, voor wie het Gouvernement alimentatie betaalde, aan den weesmeester zouden onttrokken worden en aan de diaconiën der kerkgenootschappen, waartoe zij behoorden, toevertrouwd. Bij het daarna ingesteld onderzoek werd aan het licht gebragt hoezeer de weezen verwaarloosd, soms op goddelooze wijze behandeld werden. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings