Note 830 — van 1683 tot 1804. (continued 4)
Reading edition
Of Friderici als een aanhanger van Oranje, nog pogingen heeft aangewend om de Raden te stemmen ten gunste van dit in den brief van den Prins gedaan verzoek, of dat hij overtuigd dat dit toch niet baten zou, die poging heeft nagelaten, kunnen wij uit gemis aan bescheiden daaromtrent niet beslissen. Wij vermelden dus slechts: dat aan den wensch van den Prins om de Engelschen als vrienden te ontvangen, geen gehoor gegeven werd; dat men overeenkomstig de missive van HH. Directeuren en de daarbij gevoegde resolutie van 3 Februarij 1795 van H. H. M., den 16 April ontvangen, besloot de nieuwe orde van zaken in het vaderland te erkennen830. Friderici drong echter bij HH. Directeuren en Regeerders zeer aan om hem bepaalde bevelen over te zenden, »hoe hij zich ten opzichte van de Hooge Ambtspersonen en Ministers der Republiek hadde te gedragen, daar hem ook de legale kennisgeving van de veranderingen die in het vaderland hadden plaats gevonden ontbrak en hij alzoo niet wist in hoeverre dezelve op den staat van zaken in de coloniën moest influenceren.” Hij beschrijft zijne positie als zeer zorgelijk, daar hij ten gevolge van onbekendheid daarmede, in de mogelijkheid kon komen, om zich bij voorkomende gelegenheden te gedragen op eene wijze, die misschien niet overeenkwam met de beschikkingen welke in de republiek zouden worden gemaakt, doch hij vertrouwde dat in zulke gevallen zijne zucht tot orde en een geregeld bestier als overeenkomstig met de bevelen, waarmede hij voorzien was, in acht zouden worden genomen831.