← Table of contents
Geschiedenis van Suriname

Note 94 — van 1683 tot 1804. (continued 4)

Reading edition

Hartsinck, 2de deel, blz. 916. Bij zwaarder misdrijven moest de meester een schriftelijk verhaal van het wanbedrijf van den slaaf in handen van den Raad-Fiscaal stellen, om naar bevinding daarvan te kunnen handelen (des noods) met kennis van twee raden, die ten onderzoek gecommitteerd werden. In de notulen van “Gouverneur en Raden van Suriname” van 19 November 1711 komt o. a. eene bepaling voor, om hierin een zekeren regel te brengen, daar tot dien tijd toe “vele irregularitijten syn gepleegt met d’een op meerder hoeken van straaten te geesselen als andere” en werden de zeven hoeken der straten, waar geesseling of het toedienen eener Spaansche bok geschieden moest, nader aangewezen. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings