← Table of contents
Geschiedenis van Suriname

Note 419 — van 1683 tot 1804. (continued 4)

Reading edition

De kosten der regtspleging enz. waren inderdaad ongehoord; als een klein bewijs diene o. a. het volgende: voor het doen van één exploit, over eene som beneden de ƒ 100, was ƒ 26 onkosten gevallen. Notulen Gouverneur en Raden, 14 Februarij 1775.—“Heeren Raaden van Civiele Justitie nemen voor het simpel teekenen van een authorisatie op den Exploiteur, tot het in bewaarenderhand nemen van een effect, ƒ 20 hetwelk HH. rekenmeesters voorkomt in de calamiteuse omstandigheeden tot vermeerdering van lasten voor de ongelukkigen te zijn.” Notulen Gouverneur en Raden, 2 Sept. 1776. “In consideratie de zware kosten, ten laste der ongelukkige ingeseetenen, wier effecten in bewaarenderhand worden genomen of anderzints gedeposeert, achten HH. rekenmeesters het onbillijk, dat de HH. Raaden van Civiele Justitie die kosten zoozeer vermeerderen door haare hooggestelde vacatiën, voor provisiën en mondbehoeften bij gedaane assistentie in de rivieren, zelfs voor het teekenen van authorisatie, terwijl de bediening der Raden, volgens art. 26 van het octrooi, moet zijn: alleen uyt liefde en ten beste van ’t gemeen, sonder vergelding te genieten.” Notulen van Gouverneur en Raden, 14 Augustus 1778.—Wij konden de voorbeelden zeer vermenigvuldigen. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings