Note 379 — van 1683 tot 1804. (continued 4)
Reading edition
Deze manier word eertijds meêr in Suriname gevolgd, zie o. a. “Beschrijvinge van de Volkplantingen in Zuriname” door J. D. H. L. te Leeuwarden bij Meindert Injewa 1718, bladz. 112.” Straffen der Slaven. Als wanneer zij eenig kwaad, buiten de straffe des doods verdiend hebben (bedrijven), zoo werd dezelve door order van de meester, of ook wel door hem zelfs gestraft: werdende de misdadige de handen met touw te zamen gebonden, na boven aan een boom opgetrokken (of over een balk van ’t huis op zekere hoogte van de grond) en daar vastgemaakt zijnde, zoo wordt hem 50 ponds op de grond staande aan de voeten vastgemaakt en die aan een gebonden, om daardoor het slingeren, schoppen met de voeten te beletten; gehouden zijnde deze strengen straf nog geduldig te lijden, of ten minste met wringen en schreeuwen haar groote ellende te beklagen ….. wordt hem eerst door de meester of eenige blanke dienaren en gevolgelijk door de swarte broedergezellen, zoodanig met een zweep (gevlogten van water pinas, een soort van zeer taai riet, met scherpe doornen) geslagen en gegeeseld, dat hij eerder een gevilde of gestroopten hond gelijkende is, als een mensch. En wanneer men bevind, dat zij soms door aangedrongen pijnen so kwaadaardig zijn, dat zij somtijds haar zoeken te stikken, wijl zij de kop in de borst zetten en de adem weten in te houden, daarbij de tong nog dubbeld leggen, om door stikken haar leven te benemen, neemt men een stuk brandhout en stoot haar dat voor de tanden, so dat haar de lippen digter schroeijen als die doch anders zijn, so dat zij adem halen; en als wanneer men oordeeld haar genoeg gekastijd te hebben, losgelaten zijnde, dat de lapperige stukkende huid met een scherp zuur van lamoenzap, met pulver vermengt zijnde, dat de vorige ellendige pijnen moeten vermeerderen voor een korte wijl, strekkende verder tot ettering en de geheele genezing der wonden ….. ↑