Note 916 — van 1683 tot 1804. (continued 4)
Reading edition
De verdedigingswerken der kolonie werden hersteld en verbeterd; behalve de troepen met Blois van Treslong mede gekomen, arriveerden in Maart nieuwe uit het vaderland, terwijl ook de corpsen blanke en negerjagers in stand werden gehouden. Ofschoon de Instructie van Blois van Treslong luidde, om geen der officieren, die den eed aan Z. B. M. hadden gedaan, in Bataafsche dienst te nemen, vermeende het Provisioneel bewind echter eene uitzondering te moeten maken omtrent hen, die bij de genoemde corpsen dien rang bekleedden. Men achtte het noodig die corpsen, die ook in koloniale soldij waren gebleven, in hun geheel te moeten houden. Van de zijde der negerjagers zelve ontstond echter eenige moeijelijkheid. Sommigen van hen droegen nog op hunne mutsen koperen platen, waarop W. P. v. O. stond. Toen de kolonel van Batenburg die platen door andere wilde doen vervangen, betoonden zij zich weigerachtig; zij wenschten niet in Bataafsche dienst te treden en vermeenden trouw te moeten blijven aan Z. B. M., aan wien zij den eed hadden gedaan. Het kostte veel moeite hen te overreden en zes van hen die halsstarrig bleven weigeren, werden in arrest gezet916.