Note 841 — van 1683 tot 1804. (continued 4)
Reading edition
In de laatste dagen van Augustus 1795 werd door Friderici eene missive van H. H. Directeuren en Regeerders ontvangen, waarbij gevoegd was eene resolutie van H. H. M. dato 5 Junij 1795, behelzende mededeeling van een tractaat van vrede, vriendschap en alliantie, den 16den Mei tusschen de republiek der Vereenigde Nederlanden en die van Frankrijk gesloten, welk tractaat den 4den Junij te Parijs geratificeerd was; een duplicaat der reeds genoemde resolutie van 4 Maart omtrent de erkenning van de regten van den mensch, de vernietiging van het stadhouderschap en de vervallen verklaring van den Prins van Oranje, was hierbij gevoegd. Friderici wilde nu het een en ander doen publiceren, doch stelde voor, om van de laatstgenoemde resolutie dat gedeelte, hetwelk betrekking had op de erkenning van de regten van den mensch, achterwege te laten, daar dit mogelijk agitatie bij de slaven zoude verwekken. Friderici vreesde zeker dat zij zich eens mogten gaan verbeelden ook menschen te zijn en regten te hebben. Het Hof achtte het echter oorbaar, dat de geheele resolutie werd gepubliceerd, doch liet aan den Gouverneur over, met dien verstande en voorzigtigheid te handelen als hij mogt goedvinden841.