← Table of contents
Geschiedenis der Noordsche Compagnie

Note 881 — HOOFDSTUK VII. DEENSCHE PRETENSIËN.

Reading edition

Zie over latere knoeierijen van Braem ten nadeele der Nederlanders: Miss. v. Van Cracouw aan de Stn.-Gen. dd. 24 Mei 1639, in: L. D. 1639.

[882] Christiaan IV verklaarde in 1625 aan den Nederlandschen gezant Vosberghen, „dat hy geen paspoorten op Spitsbergen hadde gegeven als alleen aan eenen Braem, ende aen nyemant meer geven soude.” (Miss. v. Vosberghen aan de Stn.-Gen. dd. 4/14 Juni 1625, in: L. D. 1625.)

[883] De eilanden Tromsondt en Suröe liggen bij Hammerfest.

[884] Deze plaats ligt volgens oude Nederlandsche kaarten aan den mond der rivier, waaraan St. Jean de Luz ligt, juist tegenover deze stad; op nieuwe kaarten vind ik den naam niet.

[885] Het verhaal dezer gebeurtenis is hoofdzakelijk ontleend aan het vonnis van het Hof van Holland dd. 29 Juni 1629. (R.-A.) Enkele kleine trekken zijn er uit hier en daar verspreide berichten bijgevoegd.—Zie o. a. Wassenaer, Hist. verh. V fol. 157 en de brieven van Fanne, Catcher en Goodlard, bij: Purchas, Pilgrimes. III p. 786-38. (Catcher wantrouwde de Biscaaiers en schreef: „I know the Captaines will what he would haue done in it. I hold it not fit that they should harbour there,” d. i. in Greenharbour.)

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings