Note 861 — HOOFDSTUK VII. DEENSCHE PRETENSIËN.
Reading edition
Deze maatregel van den koning dagteekende reeds van 1596 (Wassenaer, Hist. verh. VIII p. 16 vlg.) en werd van tijd tot tijd (o. a. in 1601. cf. Lindeman, Arkt. Fisch. p. 6) hernieuwd, hoewel de Nederlanders steeds protesteerden en het verkeer evenmin als de Hullers, die reeds sinds 1598 aan de Noordkaap vischten (Scoresby, Account. II p. 20.—Lindeman l. c. p. 7), staakten. Bepaaldelijk in 1615 schijnen de Noordkaap en IJsland beiden door Nederlandsche walvischvangers bevaren te zijn. („Debath” v. Kien c. s. c. de N. C., in: Noordsche togten. 1. R.-A.—R. S.-G. 18 Mei 1615.) Ook de nu in 1616 genomen maatregel had niet veel gevolg: reeds in 1621 moest Denemarken zich met Engeland verbinden om vreemdelingen o. a. van IJsland en de Noordkaap te weren. IJsland bleef gesloten, aan de Noordkaap werd reeds in 1622 voor Bremen eene uitzondering gemaakt. (Lindeman, Arkt. Fischerei. p. 10.) In 1624 werd het verbod om aan de Noordkaap te visschen hernieuwd, maar niet gehandhaafd (Wassenaer, Hist. verh. VIII p. 16), hoewel wij in 1626 Nederlandsche walvischvangers met Deensche passen aan de Noordkaap vinden (Wassenaer l. c. XI fol. 131.) In 1631 bood men den Nederlanders op zekere voorwaarden verlof daartoe aan, dat echter geweigerd werd. (R. S.-G. 26, 28 Juli 1631.) De visscherij en het verkeer aan IJsland werd door Christiaan IV bij missive van 28 Dec. 1631 daarop nadrukkelijk verboden. (R. S.-G. 13 Mrt. 1632.—Miss. v. Chr. IV dd. 16 Febr. 1635, in: L. D. 1635.) Weldra klaagden de Denen, die daar alleen handelen mochten, over concurrentie van Nederlanders; de N. C. behoorde echter niet onder de schuldigen. (R. S.-G. 22 Apr., 23 Juli, 12, 24 Aug. 1632.) Nadere klachten van de Deensche IJslandsche compagnie over den Amsterdamschen koopman Elias Trip bleken onjuist; het schijnt echter, dat de Nederlanders het verkeer niet staakten. (R. S.-G. 3 Apr., 5 Mei, 2, 19 Juli, 1 Aug., 11 Dec. 1635.—R. H. 4 Apr., 8 Mei, 11 Juli, 6 Dec. 1635.—Miss. v. Chr. IV aan de Stn.-Gen. dd. 16 Febr., 11 Dec. 1635, in: L. D. 1635.—Scheltema, Aemstels oudheid. III p. 224-26.)
[862] Vgl. het hiervóor p. 204 Noot 1 gezegde over het gebruik van Groneland of Groynland en Greenland door de Engelschen. Ook in Denemarken schijnt men reeds een flauw bewustzijn gehad te hebben, dat Groenland en Spitsbergen niet identiek waren.
[863] Miss. v. Christ. IV aan de Stn.-Gen. dd. 18 Febr. 1616, in: L. D. 1616.—R. S.-G. 11 Apr. 1616.