Note 931 — HOOFDSTUK VII. DEENSCHE PRETENSIËN.
Reading edition
Vrolicq althans verzekerde dit herhaaldelijk. (Zie o. a. zijn request aan de Stn.-Gen. dd. 11 Mrt. 1633, in: Stn. v. d. Haarl. gedeput. N. C. R.-A.) De N. C. ontkende het nooit bepaald, en de Stn.-Gen. beweerden slechts éen enkele maal, blijkbaar minder juist ingelicht, dat de N. C. de walvischvangst in de bedoelde baai niet alleen sinds lang had geoefend, maar zelfs daarvan had bezitgenomen „bactissant leur loges et dressans tout leur appareil necessaire.” (Antw. der Stn.-Gen. aan Baugy dd. 22 Juli 1634, in: L. F. 1634.)