Note 852 — HOOFDSTUK VII. DEENSCHE PRETENSIËN.
Reading edition
Zie hiervóor p. 204 Noot 1.—Vgl. o. a. V. d. Brugge, Journaal van Seven Matroosen. p. 4. („Spitsbergen is... ten aensien des Ontdeckers van ’t Landt met den naem van Groenlandt; maer van wegen de spitsheyt des geberghten... Spitsberghen, en (bij) eenighe soo ’t schijnt het Nieuwelandt genoemt.”) Zie ook: Van Meteren, Comment. fol. CLIII.
[853] Zie o. a Lindeman, Arkt. Fischerei. p. 8.
[854] Vander Brugge verhaalt (Journael der Seven Matroosen. p. 4), dat de Denen ook op Jan Mayen-eiland „door pretensie van aenpalingh” (aan Groenland) aanspraak maakten en daar met de Nederlanders vischten. Van elders is mij niets hiervan, evenmin als van de daar vermelde Engelsche, Fransche en Biscaaische walvischvangst aan het eiland, gebleken. Het vermoeden van eene walvischvangst door Engelschen wordt echter bevestigd door den naam „Engelsche Baay.” (Krt. v. Jan Mayen-eiland bij: Zorgdrager, Groenl. vissch. p. 100.)