Note 839 — HOOFDSTUK VI. ENGELSCHE MEDEDINGERS.
Reading edition
Secr. R. S.-G. 1 Jan. 1625.—R. S.-G. 16 Jan. 1625.
[840] R. S.-G. 20 Jan., 17, 25 Febr., 21 Mrt. 1625.—Daar het niet tot die afdoening kwam, wachtten de kamers van het Noorderkwartier geruimen tijd eer zij hunne actie tot schadevergoeding tegen de Amsterdammers weder instelden. Eindelijk werden zij op hun verzoek 16 Maart 1630 door de Stn.-Gen. bevrijd van de gevolgen, uit de schorsing van het proces voortvloeiende, en niettegenstaande de tegenspraak der Amsterdammers werden zij 31 Maart 1635 door den H. R. bevoegd verklaard tot het vervolgen der actie. (Sent. v. d. H. R. v. Holl. dd. 31 Mrt. 1635.) Die van Amsterdam schijnen toen hunne veroordeeling niet afgewacht en de zaak geschikt te hebben, ten minste het blijkt niet, dat zij vervolgd is.
[841] R. S.-G. 26 Mrt., 10 Mei 1625.
[842] R. S.-G. 9 Apr. 1625.
[843] R. S.-G. 9 Mei 1625.
[844] R. S.-G. 10 Apr., 10 Mei 1625.