← Table of contents
Geschiedenis der Noordsche Compagnie

Note 731 — HOOFDSTUK VI. ENGELSCHE MEDEDINGERS.

Reading edition

De onwaarschijnlijkheid dezer theorie blijkt reeds uit het feit, dat de Engelschen zelven het niet eens schijnen geweest te zijn, wanneer Willoughby Spitsbergen ontdekt zou hebben: Purchas zelf, de „insolent defender of this erroneous idea,” is niet zeker. (cf. de beide hieronder aangehaalde kantteekeningen.) Terwijl men vrij algemeen aannam, dat het dusgenaamde Willoughby-land Spitsbergen zou zijn, iets wat bepaald onjuist is, teekent Purchas aan, dat het door den reiziger eerst 23 Augustus 1553 ontdekte land (hoogstwaarschijnlijk een gedeelte der Russische kust) het bewuste eiland is. (Vgl. Rundall, Voyages towards the North-west. Introd. p. VII, VIII.) Het is dan ook nagenoeg zeker, dat de theorie eerst omstreeks 1613 als wapen tegen de Nederlanders is uitgevonden. (Ten minste in 1608 wist Hudson evenmin als de Moscovische Compagnie er nog iets van. Zie: Asher, Hudson the Navigator. p. 40.—Vgl. echter: Van Meteren, Comment. ofte memor. fol. CXXV, waar de schrijver verhaalt (in 1608), dat Willoughby „verseylde in Groenlant, daer hy vervroos.”) Asher (l. c. p. CLIX) wil zelfs bepaaldelijk het jaar 1612 aannemen en houdt zekeren Samuel Daniel voor den uitvinder der theorie. Zijne gronden zijn echter m. i. niet overtuigend; in ieder geval was niet de dichter Samuel Daniel, maar een cartograaph John Daniel de bedoelde persoon. (Hist. du pays de Spitsberghe. p. 12.) Dat Plancius in zijne „Repliques” ook niet op een Engelsch boek, maar in het algemeen op de beweringen van sommige Engelschen antwoordde, blijkt m. i. overtuigend uit de inleidende woorden van Hessel Gerritsz. voor dat stuk: „Les propositions de leur Iustice ou preeminence,” zegt hij (Hist. de Spitsb. p. 26), „sont celles cy. Qu’ils sont les premiers qui l’ont trouvée avec le Chevallier Willoughby, l’An 1553 et que c’est Groenland, lequel vouloit estre soubs la puissance de Noruegues, parquoy ils font annuellement recognoissance d’une bonne somme de livres a la Majesté de Denemarcque. A l’encontre desquelles le tresdocte Cosmographe D. P. Plancius a faict les repliques suivantes.” Het springt dunkt mij in het oog dat de beide geheel tegenstrijdige beweringen, dat Spitsbergen Groenland is, en dat het door Willoughby ontdekt zou zijn, niet in éen boek vereenigd kunnen geweest zijn. Beide meeningen waren wel in Engeland gangbaar; de Groenlandsche hypothese schijnt echter in Nederland ontstaan te zijn.

[732] Edge, Dutch, Spanish, Danish disturbance, bij: Purchas, Pilgrimes. III p. 466.—Detectio freti. ed. 1613 F. 3.—Vlg. de Histoire de Spitsberghe (p. 22) strekte het patent zich uit over „tous Pays et terres desja trouvées, et celles qui se pourroyent encore trouver, comprinses dans un rin de vent de Nordoest, et une de Nordest, sortans d’un Compas mis en leur Carte au milieu d’entre Dronten et Islande.”

[733] De Moscovische Compagnie zond bijna jaarlijks een of meer schepen ter ontdekking uit. De resultaten waren aanmerkelijk. Zoo ontdekte men in 1613 Hope-island en eenige omringende eilanden (Edge, Dutch disturbance, bij: Purchas, Pilgrimes. p 466; de ontdekking wordt door velen ten onrechte aan de Nederlanders toegeschreven); in 1614 werd de noordkust van Spitsbergen verkend tot Sir Thomas Smiths-inlet (de Wijde Baai) (Fotherbye, Voyage of Discouerie, bij: Purchas l. c. III p. 720-28); in 1615 ontdekking van Sir Thomas Smiths-island (Jan Mayen-eiland) (Fotherby, Voyage anno 1615 for Discouerie, bij: Purchas l. c. p. 729), 1616 van Edges-island en 1617 van Witches-island, het onlangs weergevonden König Karlsland. (Purchas l. c. III p. 732.—Vgl. hiermede de kaart van Spitsbergen in: White, Spitzbergen and Greenland, p. 253.)

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings