← Table of contents
Geschiedenis der Noordsche Compagnie

Note 788 — HOOFDSTUK VI. ENGELSCHE MEDEDINGERS.

Reading edition

Mémoire de la Compagnie Septentrionale, bij: Muller, Mare clausum. p. 371.—Corte Deductie ende Remonstrantie vande Noortse Compagnie, in: Noordsche togten. 4. Loop. N. C. R.-A.—Miss. v. Zeeland dd. 21 Dec. 1617, achter de N. Z. 1621.

[789] Sir John Cunningham had lang in Deensche dienst op de IJszee gevaren. Hij was in 1605 en 1606 kapitein geweest op het admiraalschip van de expeditiën van Lindenau naar Groenland, waarop de bekende James Hall stuurman was. (Barrow, Voyages into the arctic regions. p. 169, 73.) In 1615 kwam hij als kapitein van een der drie Deensche oorlogschepen op Spitsbergen. (Brief v. Fotherby aan Edge dd. 15 juli 1615, by: Purchas, Pilgrimes. III p. 731.—Vgl. hierna Hfdst. VII.)

[790] In Londen was destijds ook gevestigd Willem Courten, compagnon van zijnen broeder Pieter, die een der voornaamste Zeeuwsche handelaars op de IJszee was. (Mémoire et Relation veritable der Mosc. Comp., bij: Muller, Mare Clausum. p. 374, 75.—N. Z. 11 Mrt. 1619.) Waarschijnlijk werd ook hij in de nieuwe compagnie opgenomen.

[791] Edge, Dutch disturbance, bij: Purchas, Pilgrimes. III p. 468.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings