Note 784 — HOOFDSTUK VI. ENGELSCHE MEDEDINGERS.
Reading edition
Hoewel aan de Hullers in 1618 verboden werd Spitsbergen te bezoeken en hun als schadeloosstelling de visscherij bij Jan Mayen-eiland werd opengesteld (Macpherson, Annals. II p. 292), vinden wij nog in 1631 twee Hullsche walvischvaarders afgescheiden van de schepen der Moscovische Compagnie op Spitsbergen. (Pellham, Gods power, in: White, Spitzbergen and Greenland. p. 281, 82.) Van hunne aanwezigheid op Jan Mayen-eiland blijkt daarentegen nooit iets.
[785] Heley vervaardigde verscheidene gedichten op de walvischvangst der Engelschen. (Purchas, Pilgrimes. II p. 738.)
[786] Zie de schaderekeningen der Zeeuwsche reeders, in: Noordsche togten. 4. Loop. N. C. R.-A.—De Engelschen achtten de geroofde goederen zeer gering. (Edge, Dutch disturbance, en: Brief van Heley aan Deicrowe, in: Purchas, Pilgrimes. III p. 468, 732.)
[787] Zie de Nederlandsche voorstelling dezer zaak uitvoerig in de getuigenissen van De Cock c. s., D’Hallegorey c. s., Gasteloser c. s. en Verelle c. s., en in: Corte Deductie ende Remonstrantie der N. C. in: Noordsche togten. 4. Loop. N. C. R.-A.—Vgl. ook: Mémoire der N. C., bij: Muller, Mare Clausum. p. 371.—R. S.-G. 9 Nov. 1617.—Miss. v. Gecommitt. Raden v. Zeel. aan Caron dd. 21 Dec. 1617, als bijlage achter de N. Z.—De Engelsche verhalen van Edge (Dutch disturbance) en Heley (brief aan Deicrowe) staan afgedrukt bij: Purchas, Pilgrimes. III p. 467, 68, 732. (Edge geeft het verhaal tweemaal; slechts bij aandachtige lezing ontdekt men, dat de uitvoerigste beschrijving volgt onder 1618.)