Note 623 — HOOFDSTUK V. ONTDEKKINGSREIZEN DER NOORDSCHE COMPAGNIE.
Reading edition
Dat Le Maire en zijne compagnons van de Austraalsche Compagnie de verzoekers van het „generael octroy” waren, staat vermeld bij: Bakhuizen v. d. Brink, Isaac le Maire, in: Gids. 1865. IV p. 44. Ik heb daarvoor geen bewijs gevonden, maar het is zeer waarschijnlijk, te meer omdat zich in de verzameling „Noordsche togten” (1. R.-A.) een afdruk van het „generael octroy” bevindt, waarop met eene hand van dien tijd geschreven is: „Austraelsse Compaignie.”—O’Callaghan (Hist. of New-Netherland. I p. 69) schrijft het vragen van het octrooi toe aan de handelaars op Nieuw-Nederland, waaronder trouwens waren Jan Clemensz. Kies e. a. Hoornsche kooplieden, die leden waren van Le Maire’s compagnie. (O’Callaghan l. c. I p. 74.)—De R. S.-G. 27 Maart 1614 spreken slechts van »verscheijden Coopluijden, Ingesetenen vande Vereenichde Provinciën.”