← Table of contents
Geschiedenis der Noordsche Compagnie

Note 698 — HOOFDSTUK V. ONTDEKKINGSREIZEN DER NOORDSCHE COMPAGNIE.

Reading edition

Gedurende het bestaan der Noordsche Compagnie bepaalde men zich verder dan ook tot het onderzoeken der kusten van Spitsbergen. Men moet echter voorzichtig zijn met het toeschrijven van ontdekkingen aldaar aan Nederlanders: de Hollandsche namen zijn daarvan volstrekt geen bewijs, daar de Nederlanders zich niet ontzagen de namen door Engelschen gegeven op hunne kaarten te vertalen, b. v. Klok-baai, Kijk-uit enz. (Bell-sound, Look-out.) Toen de Noordsche Compagnie in 1642 werd opgeheven, ondernamen natuurlijk nu en dan Nederlandsche walvischvaarders tochten om nieuwe kusten te vinden, terwijl Spitsbergen meer en meer verlaten werd. Maar toch niet dan zelden was dit het geval: weldra werd de overtuiging algemeen, dat, zoo de walvisch uit de zee om Spitsbergen langzamerhand verdween, andere wateren nog minder door die begeerlijke prooi bezocht werden. Ook de berichten omtrent die tochten zijn schaarsch en onsamenhangend. Over de reizen van Willem Vlaming en de beide zonen van Jelmer Cock (in 1663 of 64, 1669 en 1688) vindt men een en ander bij: Witsen, Noord- en oost-Tartarye. p. 900, 2, 3, 4, 23, 24, 25, 26, bij: Van Dam, Gesch. der O.-I. C. I cap. I 5, bij: Valentijn, Ond en nieuw O. I. I p. 113, bij: Zorgdrager, Groenl. vissch. p. 136, en bij: De Jonge, Nova-Zembla. p. 24-26,—over de reis van Cornelis Pietersz. Snobbeger (1675), bij: Witsen l. c. p. 918,—van Teunis Ys: ald. p. 901, 2, 4, 51, 52,—van Cornelis Roule: ald. p. 920,—over ontdekkingsreizen door Nederlanders in 1664 en 66 ondernomen: ald. p. 907, 62,—over de plannen van den commandeur ter walvischvangst Jan Pietersz. Haay (1650), bij: Van Dam, Gesch. der O.-I. C. I cap. I 5 (cf. Zorgdrager, Groenl. vissch. p. 320),—over de ontdekking van verschillende punten van Groenlands oostkust (1654. Gale Hamkesland en baai op 73°-75° NB.—1655. Broer Ruysland ontdekt door Gerrit Ruisch op 73°.—1655. Edamsland op 77° of 78° NB.—1665. Bontekoe’s eiland op 73°30´ (?).—1670. Lambertsland op 78°30´): in de atlassen van Colom, Goos en Doncker, en op de kaart van Van Keulen. (Vlg. Witsen l. c. p. 904 is Groenlands oostkust in de 17e eeuw nooit bereikt.)—over de ontdekking van Gillis-land op 80° NB. ten oosten van Spitsbergen door Cornelis Gillis: in den atlas van Van Keulen;—over de ontdekking van het problematische Jelmersland: Witsen l. c. p. 902, en van het niet bestaande Witsen-eiland: ald. p. 923.—De O.-I. C. schijnt in het midden der 17e eeuw nog enkele reizen tot het zoeken van den N.-O. doortocht van O.-I. uit te hebben doen ondernemen. Zie daarover: Philosophical Transactions of the Royal Society. IX, X p. 197, 417.—Zorgdrager, Groenl. vissch. p. 137.—Scoresby, Account of the arctic regions. I App. p. 62.—Over plannen om voor het zoeken van den N. doortocht nog in 1664 een monopolie te verkrijgen vergelijke men: Van Dam, Gesch. der O.-I. C. I cap. I 5.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings