← Table of contents
Geschiedenis der Noordsche Compagnie

Note 692 — HOOFDSTUK V. ONTDEKKINGSREIZEN DER NOORDSCHE COMPAGNIE.

Reading edition

Wassenaer, Hist. verh. IX fol. 123.—Gelijkheid van jaar en plan zouden reeds voor het vereenzelvigen van de reizen van Teunis Cornelisz. (volgens Wassenaer) en van Cornelis Bosman (volgens Witsen) pleiten. Van Dam (Gesch. der O.-I. C. R.-A.) neemt echter allen twijfel weg door den schipper Cornelis Teunisz. Bosman te noemen, daardoor bewijzende, dat Wassenaer bij vergissing Teunis Cornelisz. voor Cornelis Teunisz. schreef.

[693] De schepelingen hadden behalve de proviand bij zich zekere „andere nootdruftigheden, om redenen willen niet verhaelt.” Ook waren zij „met twee stooven int Schip versien” en „op eenich renconter wel met Cruyt en Loot versien.” (Wassenaer, Hist. verh. IX fol. 123, XI fol. 58.)

[694] R. S.-G. 25 Maart 1625.

[695] Wassenaer, Hist. verh. IX fol. 44, 123.—R. S.-G. 25 Maart 1625.

[696] Bizonderheden over deze reis vindt men bij: Van Dam, Gesch. der O.-I. C. I cap. I 5. (MS. R.-A.), die een uittreksel uit het journaal van Bosman gebruikte. Daarmede stemmen overeen Witsen (Noord- en oost-Tartarye. p. 906, 7) en Berghaus. (Wat men van de aarde weet. I p. 229.) In bizonderheden wijkt deze laatste echter van het verhaal der anderen af zonder zijne autoriteit te noemen.

[697] Wassenaer, Hist. verh. XI fol. 58.—Twee andere „wel-ghemonteerde” schepen der N. C. zeilden dit jaar nog „op een ander noyt bevaeren plaets om yets t’ ontdecken.” (Wassenaer l. c. IX fol. 124.)

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings