← Table of contents
Geschiedenis der Noordsche Compagnie

Note 676 — HOOFDSTUK V. ONTDEKKINGSREIZEN DER NOORDSCHE COMPAGNIE.

Reading edition

R. S.-G. 15 Febr. 1627.—Sporen van dezen tocht vindt men op de kaart van Carolus van 1626 (R.-A.) en op Goos’, Visschers en Zorgdragers (Groenl. vissch. p. 71) kaarten van Groenland, in: „kaap-Briel” en de „Brielse haven” op 62° en 63° NB. De „Brielse haven” komt ook op Danckers’ kaart van Amerika voor. Zij kunnen echter ook hunnen naam ontleenen aan Marten Arendsz. van Den Briel, waarschijnlijk de bevelhebber op Leversteyns schepen in 1624 en 25. (Zie hiervóor p. 181 Noot 2.)—In ieder geval is het niet onwaarschijnlijk, dat de expeditie van Van der Zee belangrijke ontdekkingen heeft gedaan, want terwijl Marten Arendsz. nog spreekt van „insula dicta antiqua Groenlandia” (zie hiervóor p. 181 Noot 2), verhaalt Wassenaer reeds in April 1625, dat „Groenlandt gheen Eylandt bevonden is.” (Hist. verh. IX fol. 43.) Het is kwalijk denkbaar, dat deze kennis aan iemand anders dan Van der Zee ontleend is, die blijkens zijne beweerde ontdekking van mijnen in Groenland daar aan land geweest is.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings