← Table of contents
Geschiedenis der Noordsche Compagnie

Note 1140 — HOOFDSTUK IX. BINNENLANDSCHE WEDIJVER.

Reading edition

Instr. van Schrobop, art. 7, in: Noordsche togten. 4. Loop. N. C. R.-A.—Niet te verklaren schijnt mij een request van Kyen, Monier en Leversteyn (de drie Delftsche bewindhebbers der N. C.), waarvan de R. S.-G. 30 Aug. 1616 spreken.

[1141] Req. der N. C. aan de Stn.-Gen. dd. 2 Juni 1616, in: Noordsche togten. 3 Ontd. v. Jan Mayen-eiland. R.-A.—R. S.-G. 3, 18 Oct. 1616.

[1142] R. S.-G. 3 Oct., 24 Dec. 1616, 16 Mrt. 1617.

[1143] Miss. der Stn.-Gen. aan den H. R. dd. 16 Mrt. 1617, in: Lias loop. 1617. R.-A.

[1144] R. S.-G. 25, 28, 29 Mrt., 3 Apr. 1617.

[1145] Octrooi der N. C. dd. 22 Dec. 1622, in: Groot Placaetb. I p. 675.—R. S.-G. 16 Mrt. 1618.

[1146] Sent. v. d. H. R. dd. 13 Apr. 1617.—Zie eene geheel verkeerde voorstelling dezer quaestie by Wassenaer (Hist. verh. X fol. 107), die echter iets van de ware toedracht der zaak vernomen schijnt te hebben.—Om de herhaling van dergelijke onaangename zaken te voorkomen, hielden de Staten-Generaal bij de verlenging van het octrooi der N. C. in 1617 de beslissing van alle geschillen tusschen de participanten aan zich. (R. S.-G. 24 Jan. 1617.—Gr. Placaetb. I p. 673, 74.)—De N. C. stelde voortaan als straf op het openbaren en het tot eigen voordeel gebruiken van resolutiën, adviezen, ontdekkingen of andere geheimen der compagnie eene boete van ƒ 100 voor de armen, vergoeding van alle schade aan de N. C. en bovendien ontzetting van de betrekking van bewindhebber. (Contr. der N. C. met Zeeland, art. 8, in: Noordsche togten. 4. Loop. N. C. R.-A.)

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings