← Table of contents
Geschiedenis der Noordsche Compagnie

Note 1135 — HOOFDSTUK IX. BINNENLANDSCHE WEDIJVER.

Reading edition

„Debath,” in: Noordsche togten. 1. R.-A.—Mijn oordeel over de zaak is natuurlijk gegrond op de voorstelling, die ik van de feiten gegeven heb. Ik moet echter bekennen, dat deze uit de enkele stukken, ons over de quaestie bewaard, onvolledig en niet altijd met volkomen zekerheid op te maken zijn. Reeds dadelijk maakt het geen goeden indruk, dat de N. C. na het vonnis van den Hoogen Raad in 1617 Kyen en Leversteyn niet voor den gewonen rechter om schadevergoeding aangesproken schijnt te hebben; het bewijst, dat ook de compagnie zich eenig onrecht bewust was. Mag men de mededingers der N. C. gelooven, dan hadden de Amsterdammers zich o. a. schuldig gemaakt aan afzonderlijke walvischvangst aan de Noordkaap met Deensche passen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings