← Table of contents
Geschiedenis der Noordsche Compagnie

Note 1131 — HOOFDSTUK IX. BINNENLANDSCHE WEDIJVER.

Reading edition

R. S.-G. 13 Aug., 2 Sept. 1615.

[1132] Ook Petrus Plancius—met de bewindhebbers der N. C. Tweenhuysen en Harencarspel voor de vaart op Nieuw-Nederland in compagnie (O’Callaghan, New Netherland. I p. 94)—koos de zijde der Noordsche Compagnie, en stond de reeders evenals in 1613 met zijne aardrijkskundige kennis bij. Hij trachtte in eene memorie, vergezeld van „sekere raijinge,” te bewijzen, dat Jan Mayen-eiland onder het octrooi der compagnie behoorde. („Cort advertissement” v. Kyen c. s. aan de gecommitt. der Stn.-Gen. dd. 29 Febr. 1616, in: Noordsche togten. 1. R.-A.)

[1133] R. S.-G. 17 Aug. 1615.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings