← Table of contents
Geschiedenis der Noordsche Compagnie

Note 1219 — HOOFDSTUK IX. BINNENLANDSCHE WEDIJVER.

Reading edition

Zie meer hierover: hiervóor p. 229-33.

[1220] R. S.-G. 20 Febr., 3 Mrt. 1622.—N. Z. 17 Mrt. 1622.—Miss. v. Zeeland dd. 17 Mrt. 1622, achter: N. Z. 1622.

[1221] Het accoord met Van der Graeff van 13 Apr. 1623, is opgenomen in de: R. S.-G. 14 Apr. 1623.—Zie meer over deze zaak: hiervóor p. 322 Noot 3.—Eveneens handelde de Amsterdamsche kamer in 1636, toen zij voorsloeg, bij de opname der nieuwe participanten de Haarlemmers, die het grootste aandeel zouden hebben, met de Amsterdammers te vereenigen. (Repartitie dd. 19 Mrt. 1636, in: Stn. N. C. v. d. Hrl. gedeput. R.-A.)

[1222] R. S.-G. 4 Nov. 1622.—Verbaal der ambass. naar Eng. 1621-23 ad 27 Nov. 1622.

[1223] R. S.-G. 5 Nov. 1622.—De toeleg der Amsterdammers schijnt gelukt te zijn; althans de N. C. verklaarde nog in 1631, dat de Mauritius-baai aan de Amsterdamsche kamer behoorde. (Aitzema, Saken v. Staet. I p. 1150.)

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings