Note 1189 — HOOFDSTUK IX. BINNENLANDSCHE WEDIJVER.
Reading edition
Getuigenissen in zake het gebeurde met de Engelschen op Spitsbergen in 1617, als bijlagen bij het: Request der Zeeuwsche reeders aan de Gecommitt. Raden v. Zeeland, in: Noordsche togten 4. Loop. N. C. R.-A.
[1190] N. Z. 27 Jan. 1617.—Miss. v. Zeeland dd. 27 Jan. 1617. (Bijl. achter N. Z. 1617.)
[1191] In het request der N. C. aan de Stn.-Gen. dd. 1 Sept. 1621 (in: Noordsche togten. 3 Ontd. v. Jan Mayen-eiland. R.-A.) worden Lampsius en De Moor naast elkander als bewindhebbers van de Vlissingsche kamer der N. C. genoemd.
[1192] Hoewel in 1617 alleen de beide Vlissingsche compagniën hare schepen naar Spitsbergen zonden, werd echter deze verdeeling in drie kamers reeds dadelijk in het contract aangenomen. Dit blijkt uit de onderteekening daarvan door verschillende personen voor Middelburg, Vlissingen en Veere. Waarschijnlijk was het jaar reeds te ver verloopen, dan dat de nieuwe participanten reeds in 1617 eene uitrusting konden gereed krijgen.