← Table of contents
Geschiedenis der Noordsche Compagnie

Note 1164 — HOOFDSTUK IX. BINNENLANDSCHE WEDIJVER.

Reading edition

R. S.-G. 20 Dec. 1622.

[1165] R. S.-G. 22 Dec. 1622.

[1166] Nog onder het contract der N. C. met Friesland van 25 Juli 1636 teekenden voor de Delftsche kamer twee personen, Jacob Van de Graaf (waarschijnlijk voor de kleine N. C.) en Dirk De Haan (voor de groote N. C.). De opgave der bewindhebbers over den staat der N. C. in Februari 1636 spreekt echter behalve van de gewone Delftsche kamer van eene 1e Delftsche kamer, waarvan de aandeelen verdeeld waren tusschen een Zeeuw Willem Pedij en een Enkhuizenaar Jacob Meyn,—en eene 2e, die verdeeld was tusschen de kamers van Vlissingen, Delft, Hoorn en Enkhuizen. (Stn. v. d. Hrl. gedeput. betr. de N. C. R.-A.)

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings