Note 577 — HOOFDSTUK IV. DE VESTIGINGEN DER NOORDSCHE COMPAGNIE.
Reading edition
Instr. der Stn.-Gen. voor Schrobop dd. 23 Mei 1616.—Zie verder Hfdst. IX.
[578] Zie hierna Hfdst. VIII, IX.
[579] „Corte Deductie” der N. C. dd. 18 Sept. 1624, in: Noordsche togten. 4. Loop. N. C. R.-A.
[580] Zorgdrager beweert (Groenl. vissch. p. 285), dat de Nederlandsche walvischvangst aan Jan Mayen-eiland steeds veel onbeduidender was dan die aan Spitsbergen. De statistieke opgave op p. 109 en 110, hoe onvolledig ook, leert dunkt mij het tegendeel en het is trouwens niet meer dan natuurlijk, dat het Amsterdamsche eiland met twee baaien minder voordeel gaf dan Jan Mayen-eiland met vijf.
[581] Dat het schip door eene vrouw met name Maria Musch uitgerust zou zijn, zooals het verhaal eigenlijk luidt, komt mij met het oog op de inrichting der N. C. onwaarschijnlijk voor.—In de R. S.-G. 24 Dec. 1626, 24 Febr. 1627 vinden wij Mr. Cornelis Musch, „Secretaris tot Rotterdam”, genoemd als reeder van een schip naar het noorden. Mogelijk was hij lid van de N. C.
[582] Scoresby, Account. I p. 157.—Vgl. Van Keulen, Zee-atlas I p. 75.
[583] Scoresby, Account. I p. 157.
[584] Zorgdrager, Groenl. vissch. p. 102.—De walvischvangst. II p. 62.
[585] Van Keulen, Zee-atlas. I p. 75.
[586] Van Keulen, Zee-atlas. I p. 75.—Scoresby, Account. I p. 157.—De Amsterdammers lieten dadelijk twee nieuwe tenten bouwen.
[587] Twee Journalen der Matroosen. p. 6, 7.
[588] Gr. Placaetb. I p. 674.—Twee Journalen der Matroosen. p. 6.—R. S.-G. 28 Mei 1622.
[589] Zorgdrager, Groenl. vissch. p. 238, 260, 285.—Gr. Placaetb. I p. 673, 74, 78.—Req. der N. C. dd. 2 Febr. 1634, in: Noordsche togten. 4. Loop. N. C. R.-A., en ald. Bijl. K: Getuigenis v. Wybe Jansz. voor de regeering van Amsterdam.
[590] Wassenaer, Hist. verh. XVI fol. 26.—Twee Journalen der Matroosen. p. 4, 5.
[591] Zorgdrager, Groenl. vissch. p. 285.
[592] Req. der N. C. c. Vrolicq dd. 8 Apr. 1638, in: Stn. N. C. v. d. Hrl. gedeput. R.-A.—Req. der N. C. dd. 2 Febr. 1634, in: Noordsche togten. 4. Loop. N. C. R.-A.—Wassenaer, Hist. verh. XVI fol. 26.—Sent. v. de H. R. in zake de N. C. Hoorn c. Enkh. dd. 4 Apr. 1637.
[593] Zie o. a. Van Keulen, Zee-atlas (I p. 76), die zeer veel woordelijk heeft overgenomen van kaartboeken uit den tijd, dat de walvischvangst aan Smeerenburg nog in vollen gang was.
[594] Sent. v. de H. R. in zake de N. C. Hoorn c. Enkh. dd. 4 Apr. 1637.
[595] Vgl. Zorgdrager, Groenl. vissch. p. 101, 260, 266.—De walvischvangst. I p. 31.