Note 468 — HOOFDSTUK III. DE WALVISCHVANGST DER NOORDSCHE COMPAGNIE.
Reading edition
Zorgdrager, Groenl. vissch. p. 215.—De kleine N. C. antwoordde dan ook op de bedreiging der N. C., dat zij de nering zou opgeven als de kleine N. C. niet geweerd werd, dat velen dan den handel, die zoo verwaarloosd werd, zouden willen bij de hand nemen. („Cort advertissement” van Kyen c. s. dd. 29 Febr. 1616, in: Noordsche togten. 1. R.-A.)