Note 320 — HOOFDSTUK III. DE WALVISCHVANGST DER NOORDSCHE COMPAGNIE.
Reading edition
Aanwysing v. gronden en maximen. p. 75.—Scoresby, Account, II p. 56.—Repartitie der Amst. bewindh. N. C. dd. 19 Mrt. 1636, in: Stn. N. C. v. d. Hrl. gedeput. R.-A.
[321] Req. v. Vrolicq aan de Stn.-Gen., in: Noordsche togten. 4. Loop. N. C. R.-A.—Zorgdrager, Groenl. vissch. p. 251, 332, 333.—De walvischvangst. p. IV.—Sent. v. de H. R. in zake de N. C. Hoorn c. Enkh. dd. 4 Apr. 1637.—Br. v. Salmon aan Sherwin dd. 24 Juni 1618,—van Catcher aan Heley dd. 17 Juni 1620,—van Fanne aan Heley dd. 24 Juni 1623, in: Purchas, Pilgrimes. III p. 733, 735, 736.
[322] Drie Voyagien na Groenlandt. p. 13.—Scoresby (Account. II p. 173) spreekt van 300 vadem, Zorgdrager (Groenl. vissch. p. 335) over latere tijden sprekende van 125.
[323] Zorgdrager, Groenl. vissch. p. 332, 33.—De walvischvangst. I. p. 35.—Martens, Voyage into Spitzb., bij: White, Spitzb. and Greenl. p. 119, 20, 25.—Corte Deductie ende Remonstr. der N. C. dd. 18 Sept. 1624, in: Noordsche togten. 4. Loop. N. C. R.-A.—Zie over den inhoud van een walvischvaarder de Nederlandsche en Engelsche schaderekeningen van 1617 en 18, in: Noordsche togten. 4. Loop. N. C. R.-A., en: Lias loop. 1618. R.-A.—Om eenig denkbeeld te geven van de onkosten der reeders, ontleen ik daaraan de volgende, zeker nog al hoog getaxeerde cijfers. Een traanketel werd berekend op pd. vl. 66—14—4, een lijn op 1 pd. vl., 3 sloepen op 50 pd. vl., 1 lans op 5 sh., de harpoenen, lenzen en messen van een schip te zamen op 25 pd. vl., 6 gotelingen op ƒ 900, 1 musket op £ 1—10, 100 pond kruit op ƒ 45, 1 ton bier op £ 3, de victualie van de bemanning van een schip voor eene maand op 75 pd. vl., de gage van het scheepsvolk van een schip voor eene maand op pd. vl. 69—8—4, de bereidingskosten van 1 okshoofd spek tot traan in Nederland op ƒ 2.—Een beladen walvischvaarder werd in 1624 van een Duinkerker gerantsoeneerd voor ƒ 10,000 en ƒ 200 voor de zeilen. (Wassenaer, Hist. verh. VIII fol. 86.)—Verder blijkt nog, dat men voor eene reis medenam 2600 vaten (Eng. schaderekening), dat men voor de vangst van 1317 quarteelen 6 sloepen noodig oordeelde, dat eene vangst van 657 quarteelen geen voldoende vergoeding gaf voor de kosten der uitrusting van een schip, dat de reeders voor het opnemen van geld (in 1632) betalen moesten 8% (Sent. v. de H. R. in zake de N. C. Hoorn c. Enkh. dd. 4 Apr. 1637) en dat de uitrusting hier te lande 40% duurder was dan in andere landen, waarschijnlijk omdat alle materiaal van buitenslands moest ingevoerd worden. (Req. v. de kl. N. C. aan de Stn.-Gen. dd. 2 Sept. 1621, in: Noordsche togten. 2. Admiraliteit. R.-A.)—Berghaus (Wat men van de aarde weet. II p. 337) spreekt ook van proviandschepen, die de vloten der N. C. vergezelden. Daarvan is mij van elders niets gebleken.—Verschillende opgaven van kosten en opbrengst der walvischvangst vindt men nog verspreid in: Dictums v. de H. R. in zake de N. C. Hoorn c. Enkh, dd. 28 Mrt., 3 Apr. 1637, en in: Sent. v. de H. R. in zake als boven dd. 4 Apr. 1637.—Over de uitrusting van een schip in latere jaren en de onkosten der reeders vergelijke men: Zorgdrager, Groenl. vissch. p. 335-36, 39-42, 46, 70, 71, 72.—De walvischvangst. I p. 34, 35, 89-116.—Martens l. c. p. 133, 34.—Scoresby, Account. II p. 151 (volgens tabellen in: De Koopman, en door Gerard Van Sante.)—Dooregeest, Rijper zeepostil. p. 353.
[324] Wassenaer, Hist. verh. VIII fol. 94.—Corte Deductie der N. C., in: Noordsche togten. 4. Loop. N. C. R.-A.—In 1615 verklaarde de N. C. zich echter buiten staat, de kosten voor de verdediging harer schepen te dragen. (Req. der N. C. aan de Stn.-Gen. dd. 1 Apr. 1615, in: Noordsche togten. 4. Loop. N. C. R.-A.)
[325] R. S.-G. 24 Jan. 1617.
[326] Contr. der N. C. met de Zeeuwen dd. 19 Mrt. 1617, in: Noordsche togten. 4. Loop. N. C. R.-A.—In 1617, 18 en 25, dus in gevaarlijke tijden, ontmoeten wij dan ook op Spitsbergen Nederlandsche walvischvaarders met 10, 12, 14, 16, 18, eens zelfs met 22 stukken geschut. (Edge, Dutch disturbance, bij: Purchas, Pilgrimes. III p. 468.—Br. v. Salmon aan Sherwin dd. 24 Juni 1618, bij: Purchas l. c. III p. 733.—Wassenaer, Hist. verh. IX fol. 124.)
[327] Req. der N. C. aan de Stn. v. Holl. (v. 1642), in: Stn. N. C. v. d. Hrl. gedeput. R.-A.—Luzac, Hollands rijkdom. I p. 847.
[328] Aitzema, Saken v. Staet. II p. 629.—Zie hiervóor p. 99.