Note 419 — HOOFDSTUK III. DE WALVISCHVANGST DER NOORDSCHE COMPAGNIE.
Reading edition
Bij de Instructie der Commandeurs van 1632. (Sent. v. de H. R. in zake de N. C. Hoorn c. Enkh. dd. 4 Apr. 1637.) Men vertrok echter dikwijls vroeger, hoewel het verboden was. (In 1632, cf. Sent. v. de H. R. dd. 4 Apr. 1637.—In 1633 van Sp. 30 Aug., van J. M.-eil. 26 Aug. cf. Vander Brugge, Journael. p. 5, en: Twee Journalen. p. 3.—In 1634 van Sp. 1 Sept. cf. Twee Journalen. p. 22.—In het algemeen van Sp. omstreeks half Augustus. cf. Zorgdrager, Groenl. vissch. p. 29.)
[420] Contr. der N. C. met de Zeeuwen, in: Noordsche togten. 4. Loop. N. C. R.-A.—Niemand mocht afzonderlijk vroeger vertrekken, daar men vreesde voor vijanden. Zoo werd in 1624 een walvischvaarder, die alleen vooruitgezeild was, voor de Nederlandsche zeegaten door een Duinkerker genomen. (Wassenaer, Hist. verh. VIII fol. 86.)
[421] Zorgdrager, Groenl. vissch. p. 229.—Tegenw. Staat. I. p. 590.—Lindeman, Arkt. Fisch. p. 8.—Le Long, Kooph. v Amst. II p. 160.—Bij de uitlegging van Amsterdam in 1616 werd volgens het register der uitgiften van gronden (Amst. Arch.) een erf op de Keizersgracht tusschen de Prinsenstraat en de Brouwersgracht voor ƒ 600 verkocht aan een steenkooper Wouter Jacobsz., die het 1 October 1620 overdeed aan „Ysbrandt Dobbe cum socijs.” (Ysbr. Dobbesz. was in 1614, 1617 en ook in 1621 bewindhebber der N. C. cf. Octr. der N. C. in: Gr. Placaetb. I p. 669.—Contr. der N. C. met de Zeeuwen, in: Noordsche togten. 4. Loop N. C. R.-A.—Req. der N. C. aan de Stn.-Gen. dd. 1 Sept. 1621, in: Noordsche togten. 3. Ontd. van Jan Mayen-eiland. R.-A.) De Groenlandsche pakhuizen zijn dus waarschijnlijk gebouwd in 1621 ten tijde van den grootsten bloei der N. C.